Vive Le Voyage

Op bezoek bij de marrons in Suriname

‘Om 11 uur gaat het vliegtuigje naar Kajana vanaf Paramaribo’s vliegveld voor binnenlandse vluchten Zorg&Hoop, dus je moet er om 10.15 uur zijn om je bagage af te geven en je te laten wegen’. Wegen. OK, niet te zwaar ontbijten dus, anders mogen we niet mee met het kleine vliegtuigje dat ons de binnenlanden van Suriname in brengt. Op naar het land van de marrons, ook wel bosnegers of boslandcreolen genoemd.

We vertrokken uiteindelijk om kwart voor 1, in een Cessna Caravan (ca. 16-18 personen). Surinaamse kwartiertjes…

We vlogen eerst in 50 minuten naar Palumeu, vervolgens na 15 minuten nog een tussenlanding op Djoemoe en na de de derde keer opstijgen gingen we eigenlijk meteen alweer landen in Kajana. Hobbeldebobbel over een grasveldje dat voor vliegveld door moet gaan – maar het is de enige manier om deze regionen te bereiken. Of per boot, maar dan moet je zitvlees en geduld hebben. Ik heb geen van beide.

Cessna SurinameMet een uitgeholde boomstam als boot (nou ja, iets meer dan dat, maar je begrijpt het gevoel) steken we schuin de rivier over van Vliegveld Kajana naar vakantieverblijf Kosindo. Daar wachten 5 basic doch heerlijke hutjes op ons, en de lunch (eindelijk!).

Lindie, onze gids (een marron-man), vertelt de plannen voor de komende dagen. Deze middag hebben we vrij en we hangen dan ook meteen de hangmat op onze veranda uit voor een tukje.

Kosindo lodge

Kosindo lodge

Naar goed Marron-gebruik

Om 18 uur maken we een wandelingetje het dorp Kajana in en krijgen we uitleg over de manier van leven, de huisjes en de andere gewoontes van de bosnegers langs dit stuk van de Gran Rio rivier. Het dorp maakt deel uit van een lo, een clan of stam, met nog 6 andere dorpjes vlakbij elkaar. Elk dorp bestaat uit een aantal (ca 3.) families en 2 kapiteins. De ‘hoofdkapitein’ van hen twee bestuurt samen met de andere hoofdkapiteins van de dorpjes de lo. Het is gebruik om de kapitein van het dorp eerst te begroeten, maar we treffen hem niet thuis. Wel vinden we bij zijn huis een lege literfles Parbo bier en de dorpsagenda van komende week.

Kostgrondje in Suriname

Kostgrondje in Suriname

De vrouwen in de dorpen zorgen voor het eten en de kinderen; middels ‘kostgrondjes’ verbouwen zij het noodzakelijk eten en wat ze teveel hebben, verkopen of ruilen ze. Thuisgekomen koken ze voor man en kids (als ze tenminste niet ongesteld zjin want dan mag dat niet) en met een beetje pech wil manlief dan nog bij haar in bed kruipen, als ie niet naar een van zijn andere vrouwen gaat. Hoewel het steeds vaker voorkomt dat een man maar 1 vrouw heeft, zijn meer vrouwen zeker niet ongebruikelijk. De kapitein van Kajana is 60, en heeft 39 kinderen bij 8 vrouwen. Volgens de gids zijn getrouwde vrouwen herkenbaar aan een driehoekig doekje om hun middel/heupen; onze trouwring. Later horen we van een andere gids dat het niet om het dragen van een driehoekig doekje an sich gaat, maar waar je die precies draagt. Hoog of laag. Die zou iets zeggen over de status van je beschikbaarheid als vrouw. De waarheid zal ergens in het midden liggen. En nee, geen foto, want het verzoek is of we geen mensen willen fotograferen, tenzij vooraf gevraagd en bevestigd.

De dame die ons diner gemaakt heeft en komt afruimen (grote mand op heur hoofd balancerend), zie ik de volgende ochtend na het ontbijt met heerlijk hummel op de rug gebonden en iets groter kind achter haar aan slenterend het dorp uitlopen. ‘Kostgrondje doen’, zegt ze desgevraagd. Ik wens haar sterkte en vind de mannen hier maar lapzwansen. Als ze eenmaal een kostgrondje hebben schoongehakt, een huisje hebben getimmerd en een vrouw hebben getrouwd waarbij ze van hem wat pannen en servies krijgt, doet de vrouw al het werk. Nou ja, als die man niet ook nog ergens betaald werk doet. Gidsen voor toeristen, bijvoorbeeld.

Dorpswandeling Kajana Suriname

Het leven is er eenvoudig. Opstaan, ontbijt maken, doordeweeks de kids naar school helpen, vertrekken naar je kostgrondje, in de aarde wroeten (bij ruim 30 graden of na een regenbuitje zeker geen sinecure), wat groente en brandhout mee terug nemen, koken, kids naar bed sturen, in het gemeenschapshuis misschien nog een soapserie kijken en dan naar bed. That’s it.

Voorraadhuisje van de marrons

Voorraadhuisje van de marrons

 

Wandelen en klimmen

Ik trek een lange dunne joggingbroek aan (mijn ervaring is dat lekkerder zit als je eenmaal flink zweet, in tegenstelling tot een katoenen, linnen, of afritsbroek) en mijn wandelschoenen, die vooral op de berg en als je moe bent goed van pas blijken te komen (ik zou geen tenen meer over gehad hebben als ik op mijn slippers tussen alle boomwortels, takken en lianen door moest hupsen, hoewel onze gids daar geen moeite meelijkt te hebben. De grip van een goede bergschoen op een steile granieten berg is goud waard!).

Jungle wandeling Kajana Suriname

Na 15 minuten stroomafwaarts varen, om de rotsen en onderwater-bomen heen (respect voor de bootsman, bij terugkeer blijkt de rivier alweer een andere loop te hebben!) duiken we een kleine kreek in waar we aan wal gaan. Na een zeer lange en op den duur eentonige wandeling (shit, dat eind moeten we ook weer terug straks!) staan we onderaan de Okoberg en zien we lianen, bomen, wortels vermengd met graniet, behoorlijk steil boven ons uitsteken. We starten na een paar slokken water en een banaantje aan de klim en zoeken waar we onze voeten neer kunnen zetten, ons kunnen optrekken en af kunnen zetten. De aanwijzingen en de uitgestoken hand van gids Lindie en onze bootsman (‘handyman’)  blijkt regelmatig een noodzakelijk iets en dus neem ik deze, geheel tegen mijn karakter in, dankbaar aan. ‘Zelluf doen’ houdt hier op.

Eenmaal boven is het uitzicht prachtig. Helaas is het wat heiïg maar als je goed kijkt zie je de bergkam van het Saramaccaans gebergte dat aan de rivier met dezelfde naam ligt.

Uitzicht vanaf Okohill Kajana Suriname

Het oerwoud van boven is vanuit het vliegtuig al net broccoli, maar vanaf ‘Okohill’ is het misschien nog wel duidelijker hoe dicht, divers en groen Suriname is.

Na een surinaams puntje met door de kok zelfgemaakte pindakaas (onze lunch) klauteren we weer naar beneden en aanvaarden we de lange weg terug naar de korjaal. Twee uur later stappen we vies, bezweet, warm en uitgeput de boot in en laten ons droogwaaien door de vaarwind. En wat smaakt een koud Parbo-biertje dan extra lekker! Ook het (helaas niet-pure) sap met een surinaamse oliebol gaat er prima in en sommigen nemen even een duik in de rivier. Waarin afgewasssen, gebaad, gevaren, gezwommen, gedronken en gevist wordt – maar die toch heel schoon is. Wij drinken echter gefilterd regenwater, voor de zekerheid.

Awarradam Suriname

De score

In mijn hangmat neem ik de dag door. Boskikkers, vlinders, een aapje, hagedissen, mooie paddestoelen en zwammen in alle soorten en maten, mieren ook in alle soorten en maten (ienieminie prikmiertjes- heel irritant), vele vogels (ken je de alarmkreet van de ‘bospolitie’? Verder een saai vogeltje om te zien geloof ik, maar je hoort hem des te beter – o en de specht, die hoor je hier overal), allerlei planten en bomen: een rubberboom, met stekels, een kinineboom, een betadineboom, de telefoonboom, de ambrasse, de bospapaya (die vruchten eten wij niet maar vogels en dieren wel), maggiplanten… het merendeel van de namen vergeet ik weer, maar het was best een aardige score. Wilde dieren hebben ze hier niet echt.

De natuur is hier prachtig, de mensen vriendelijk, je krijgt cultuur en historie mee – een prima bestemming!

Awarradam eilandje Suriname

fris & zo; sparring partner die ontwart, adviseert, structureert, organiseert, implementeert en communiceert voor mensen die toe zijn aan een volgende stap in het realiseren van hun ambities| Haarlemse | houdt van man, hond en reizen (natuurlijk) | AfrikaBurn-ganger

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *